Een tijdje geleden ben ik naar
een voordracht geweest georganiseerd door Breinwijzer in Gent. Het thema is nog
altijd een zwaarbeladen onderwerp, en wie deze ziekte heeft wil er toch liever
over zwijgen. ‘Psychose: de pest of toch nog levenskansen?’ Psychiater Dr.
Claudine Mertens had interessante info te vertellen. Als één op honderd mensen
deze ziekte kan krijgen, dan schrik ik toch even. Ze heeft getwijfeld over de
titel van het onderwerp. Schizofrenie heeft een negatieve bijklank,
zeker geen populair woord in onze
bevolking. Vooral veel misverstanden.
Ik wil proberen de lezer een duidelijker beeld te geven over deze ziekte aan de
hand van haar lezing, literatuurstudie en uit eigen (beperkte) ervaring in de
hulpverlening voor deze zorgvragers. Want ik kan je verzekeren dat je met deze
mensen een normaal gesprek kan
aangaan.
Maar hoe krijg je dan deze ziekte?
Voor een deel is het biologisch
verklaard. Vooral dopamine, een neurotransmitter, die te overactief is en kan
zorgen voor deze aandoening. Ten tweede het kwetsbaarheid-stressmodel
maakt dat iemand verhoogd gevoelig geraakt.
M.a.w. het is een resultaat van ingewikkelde interactie tussen
gevoeligheid en belastende invloeden. Ten derde heb je de sociale factor. Een beperkt incasseringsvermogen bij stress of een onverwachte
emotionele gebeurtenis (trauma). Zonder het te
beseffen kan dit de start zijn van heel wat psychische problemen. Hierbij kan
een heel opdringerige kritische omgeving enorm belastend zijn. Als de eisen in
een sociaal functioneren te hoog zijn, dan brengt dat bedreiging en spanning met zich mee. Een gevolg van psychose zijn de psychologische factoren: beperking in
het cognitief functioneren (concentratiestoornissen en snelle vermoeidheid),
verwerking van prikkels en een uitlokkende factor die snel of gelijktijdig op
je afkomt.
Psychose is maar een onderdeel of een heel klein stukje.
Psychotische symptomen of positieve
symptomen hebben vooral te maken met zaken die je vroeger niet had en nu
wel. Zoals bijvoorbeeld hallucinaties en wanen. Het ene heeft te maken met de
zintuigen (waarneming), het andere met je denkwereld. Ze zijn beiden niet corrigeerbaar. Hiermee bedoel ik
dat wanneer iemand stemmen hoort, en jij hoort ze niet, deze persoon dat
werkelijk ook hoort. Hij of zij kan zichzelf niet overtuigen dat dit niet echt
is, m.a.w. oncorrigeerbaar. De wanen zijn gedachten waarbij de persoon denkt
dat hij bijvoorbeeld echt achtervolgd wordt, dat hij beïnvloed wordt door wat
er in een film gebeurt, enz… Zelfs tot het magische
denken toe. Probeer je dat maar eens in te beelden. Dit is heel
frustrerend.
Maar de arts zei dat psychose in
feite nog meevalt. Met medicatie kan
men grotendeels en voor langere periodes deze vervelende symptomen verminderen
of zelfs doen verdwijnen. Maar als er regelmatig veel herval is, en de
symptomen blijven lang aanhouden (bijvoorbeeld zes maanden of meer), dan
spreekt men over schizofrenie. De negatieve
symptomen zijn een gevolg en een wezenlijk aspect van het psychotisch ziektebeeld. Ze zijn veel meer kenmerkend en erger dan de psychotische. De
negatieve zijn de zaken die je vroeger wel had en nu niet meer. Bijvoorbeeld:
structuur aanhouden in dagorde, kamerorde, persoonlijke hygiëne, enz… Het omgekeerde wordt omschreven
als initiatiefverlies, verminderde sociale contacten, spraakarmoede, afvlakking
van het gevoelsleven, vertraagd denken en gedachteblokkade. Maar het houdt niet
op. Naast deze symptomen heb je nog stoornissen die verder je leven
beïnvloeden. Gedragstoornissen en
stoornissen op het emotioneel leven (vervlakking,
neerslachtige buien).
In onze maatschappij is het belangrijk om vroege opsporing te doen.
Een psychotische zorgvrager wordt niet per definitie schizofreen. Toch zijn er
vroegtijdige signalen die kunnen wijzen op een probleem in de latere toekomst.
We noemen ze de prodromale symptomen
(‘early warning signs’): angst, somberheid,
rusteloosheid, slechte concentratie, slaapproblemen, zich vaak terughoudend
opstellen, opvallende gedragsveranderingen en natuurlijk enkele korte periodes
van positieve symptomen. Oei, maar
dat heeft iedereen wel eens, hoor ik zo denken. Wel het grote gevaar is dat men
dit snel gaat verwarren met een depressie.
Een psychotisch iemand kan wel depressief zijn, maar een zuivere depressieve
zorgvrager heeft geen hallucinaties of wanen. Als een psychotisch iemand zich
vrijwillig komt aanmelden om geholpen te worden, dan is het meestal al twee jaar aan de gang.
Verontrustend is
dat bijna 12% reeds zelfmoord pleegt
in het begin: kogel door het hoofd, zich ophangen,… Doeltreffend met de bedoeling geen terugkeer mogelijk. Deze aandoening heeft een duidelijke invloed
op de levensverwachtingen. Het is mogelijk dat een depressieve zorgvrager medicijnen
inneemt. Bij depressie is doeltreffendheid tot zelfdoding nooit zeker, maar men probeert wel aandacht te krijgen voor zijn
of haar probleem.
Één op honderd is een beangstigend statistisch cijfer. Dit is
dezelfde kans om eventueel MS (Multiple
Sclerose) als ziekte te krijgen. Mensen in een hoofdstad hebben een groter risico om schizofrenie te krijgen, dan op het
platteland . Het blijkt dat de winterperiode gevoeliger is om dit te ontwikkelen,
dan in de zomer. En mannen krijgen
het vroeger, dan vrouwen. Bijgevolg is het bij mannen meestal ernstiger en gaat
de aftakeling sneller. Met aftakeling bedoelen we dat deze zieke
mensen niet meer goed kunnen functioneren
in onze samenleving. Ze gaan werkelijk gebukt onder hun problemen en worden gestigmatiseerd. Toch zijn er bekende
mensen in het verleden die schizofreen waren. Psychose kan bij iedereen voorkomen en heeft niets met intelligentie te maken. Om maar een idee te geven dat zij
niet ‘dom’ waren: John Nash, Eduard Einstein (zoon van Albert Einstein), Meera
Popkin, Syd Barret (van de groep Pink Floyd), Dr William Watson (zoon van James Watson), Mary Todd
Lincoln (vrouw van president Lincoln).
Welke interventies zijn mogelijk om deze ziekte te behandelen? Dr.
Mertens spreekt over drie manieren. De primaire
interventie bestaat erin gevoelige individuen te behandelen die nog geen
symptomen vertonen. Welke mensen de arts bedoelt weet ik niet. Bijvoorbeeld door
terug te vallen op de eerste-lijns-verwantschap van een zorgvrager of het (her)kennen
van de gevoeligheidsmarkers die een
duidelijker antwoord moeten geven. De secundaire
interventie kunnen in het prodromale stadium uitgewerkt worden. Voor het uitwerken van deze interventiestrategie kunnen
medische-socio-pedagogische netwerken (waar informatie, psychotherapie en
eventueel medicatie) naast mekaar gebruikt worden. Tenslotte als tertiaire interventie gaat het erom als
arts zijn job te doen en terugval te voorkomen. In de praktijk blijkt dat er zich in de
eerste twee interventies nog heel wat technische en ethische problemen voordoen
bij schizofrenie. Deze werkmethode is heel belangrijk. De cijfers liegen er niet om: De mortaliteit is 1.6 tot 2.6 keren hoger dan iemand die niet
schizofreen is. De levensverwachting
is 20% lager dan in de algemene bevolking. De gemiddelde leeftijd bij overlijden is 61 jaar tegenover 76 jaar.
Jammer genoeg bepaalt suïcide voor
een groot stuk de morbiditeit en de mortaliteit (10% - 12% pleegt zelfmoord).
Waarom vraagt deze zorgvrager niet om hulp of stelt hij of zij dat
uit? Ten eerste is het gebrek aan inzicht
over de ziekte. Dit kan het geval zijn bij de zorgvrager en bij zijn familie. Ten tweede kan het gebeuren dat sommige huisartsen en andere
eerstelijnshulpverleners deze aandoening niet herkennen. Ten derde zijn er de wachtlijsten en overbelasting in de
gespecialiseerde diensten, het stigmatiseren van de ziekte, hogere risicogroepen
(daklozen, alcohol/druggebruikers, persoonlijkheidsstoornissen,…) bereiken
moeilijk deze hulpverlening, en niet te vergeten het verloop van de ziekte zelf (het start traag
op, men komt in sociale isolatie).
Als er hulp wordt gezocht, dan zijn er een paar factoren die kenmerkend zijn
voor een betere evolutie: goed
premorbied functioneren, vrouw zijn, goede behandeling, therapietrouw, laag
emotioneel klimaat (Expressed Emotions), scholingsniveau en het ontstaan
van de ziekte op een latere leeftijd. Het tegenovergestelde van deze kenmerken én
man zijn leidt tot een slechtere prognose.
Tenslotte vind ik dat deze ziekte echt met aandacht
moet behandeld worden.
In feite is van wat ik hier heb geschreven maar een klein stukje van een
ingewikkeld proces. Er zijn heel veel wetenschappelijke studies met nieuwe
inzichten, therapieën en tal van statistieken. Ik begrijp ze niet allemaal, en
het zou ons tot meer verwarring leiden. De basis
van deze uiteenzetting heb ik proberen uit te leggen voor wie deze aandoening
niet zou kennen of denkt te kennen. We hoeven ook niet alles grondig te weten.
Sommige zaken die de media halen kunnen voor mij toch wat meer verduidelijkt
worden.