zondag 15 februari 2009

Tips om een beroerte te voorkomen, realistisch?

Een tijdje geleden ontving ik een mail met daarin een situatie dat was voorgevallen. Een vrouw die op een barbeque feestje gestruikeld was. Blijkbaar toch opvallend omdat de omstaanders vroegen of alles wel in orde was. Er was blijkbaar niets ergs aan de hand. De vrouw heeft nog verder gegeten en feest gevierd. Diezelfde avond was die vrouw in het ziekenhuis gestorven aan een beroerte.

De tips die vermeld waren gingen om een soort afkorting met enige duidelijkheid: G.A.S.T. Men moet de betrokken persoon bepaalde zaken laten uitvoeren om dan een symptoom van beroerte te kunnen detecteren(Glimlachen, Armen omhoog, Spreken van een zin, Tong uitsteken).

Omdat ik het toch interessant vond, deed ik zelf wat opzoekingswerk, maar vooral vond ik het nodig om de juistheid van deze tips na te trekken. Ik kon dit aan niemand minder vragen dan bij Prof. Dr Paul Boon, diensthoofd neurologie UZ Gent.
Deze heeft de opdracht gegeven aan assistent en staflid Dr Dimitri Hemelsoet, cerebrovasculaire ziekten, laboratorium voor Klinische en Experimentele Neurofysiologie, om mijn vragen naar aanleiding van dit medisch aspect te beantwoorden, waarvoor dank.

Dr Dimitri Hemelsoet:

De geschetste situatie van de dame die overleed ten gevolge van een beroerte is natuurlijk moeilijk te beoordelen. Het is echter wel zo dat personen die het slachtoffer worden van een beroerte vaak in de voorafgaande uren of dagen al kortstondig klachten of symptomen kunnen vertonen.
Deze zijn dan meestal kortstondig aanwezig en herstellen vaak spontaan. Dit kunnen typische uitvalsverschijnselen zijn (bv. spraakproblemen, gang- of evenwichtsproblemen of verlammingsverschijnselen aan een lidmaat), maar ook aspecifieke tekens (draaierigheid, algemeen onwel zijn, hoofdpijn, ...) worden vaak gemeld.
Dit is dus niet altijd goed te herkennen, ook niet voor medisch geschoolde personen.

De tip die u aanhaalt om een beroerte te herkennen is afgeleid van een mnemotechnisch middel uit de Angelsaksische literatuur, nl 'FAST'.
Dit wordt inderdaad gebruikt in bewustmakingscampagnes met de bedoeling dat personen met een beroerte inderdaad sneller herkend worden en sneller in het ziekenhuis belanden. Vandaar dus ook 'FAST', wat de klemtoon op de snelheid van herkennen en behandelen legt, een aspect dat met het acroniem 'GAST' verloren gaat, maar het kan als geheugensteun eventueel wel gebruikt worden.

'FAST' is een acroniem en staat voor Face-Arm-Speech-Time, 4 termen die aangeraden worden om te gebruiken bij het snel evalueren van iemand die mogelijk een beroerte heeft, met daaraan verbonden de volgende taken:

-Face: vraag om te grimasseren of de tanden te tonen en beoordeel een eventuele scheefstand van de mond (of dus een mondhoek die niet goed omhoog gaat)
-Arm: vraag om de armen aktief omhoog te heffen (ter beoordeling van een eventuele verlamming).
-Speech: vraag om een eenvoudig zinnetje na te zeggen. Hiermee wordt zowel het begrip (kan iemand de opdracht om iets na te zeggen begrijpen?) als de spraak zelf (onduidelijke, correcte woorden?) beoordeeld.
-Time: zorg er voor dat de persoon, die getroffen wordt door een beroerte of bij wie een beroerte wordt vermoed, zo snel mogelijk in het ziekenhuis belandt. Dit is inderdaad noodzakelijk omdat er een klonteroplossende behandeling ('thrombolyse') beschikbaar is die in geval van een 'hersenthrombose' (of een klonter) zo snel mogelijk dient toegediend te worden.

Tot nu diende deze behandeling toegediend te worden binnen de 3 uren na het begin van de symptomen. Recent is echter gebleken uit een wetenschappelijke studie dat deze behandeling nog een voordeel kan bieden tot 4,5 uren na het ontstaan van de behandeling. Met deze behandeling kunnen de symptomen inderdaad spectaculair veranderen en opklaren, wat een heel groot verschil kan maken voor de persoon in kwestie zowel op korte als lange termijn. Dit is jammer genoeg niet steeds het geval en de behandeling biedt dus geen garantie op gedeeltelijk of volledig herstel, maar het is op dit ogenblik de enige behandeling die de gevolgen van een acuut opgetreden thrombose kan voorkomen of beperken. Wanneer deze behandeling niet gegeven kan worden, dient de spontane evolutie afgewacht te worden.
Het tijdsaspekt is dus wel heel belangrijk in de acute behandeling van een beroerte. In het door u vermelde acroniem 'GAST' staat de T voor de beoordeling van de tong en een eventuele scheefstand ervan. Dit is een teken dat inderdaad kan voorkomen bij beroerte, maar dit is zeker niet steeds het geval en vaak moeilijk te beoordelen, wat het moeilijker bruikbaar maakt voor een snelle herkenning.

Nog enkele bemerkingen:

Een beroerte kan zowel door een klonter veroorzaakt worden (met verstopping van een bloedvat in de hersenen waardoor de bloedtoevoer naar een bepaald deel van de hersenen belemmerd of verhinderd wordt, wat de functie van een deel van de hersenen onmogelijk maakt (tijdelijk of definitief), als door een hersenbloeding, waarbij een bloedvat springt en het bloed tussen de hersenen wegsijpelt. Beide oorzaken, zowel thrombose/klonter als bloeding, kunnen dezelfde symptomen veroorzaken. De hogervermelde klonteroplossende behandeling is dus natuurlijk enkel bruikbaar in geval van een thrombose. Om uit te maken of iemand nu een thrombose of een bloeding heeft is steeds een scan van het hoofd noodzakelijk. Pas dan kan bepaald worden welke behandeling noodzakelijk of mogelijk is.

Naast de symptomen ten opzichte van gelaat, arm en met betrekking tot de spraak kunnen ook nog andere symptomen het gevolg zijn van een beroerte. Door gebruik te maken van de acroniemen FAST of GAST zullen dus zeker niet alle personen met een beroerte herkend worden, maar het is een bruikbaar middel om iemand te doen denken aan een mogelijke beroerte en om er voor te zorgen dat meer personen met een beroerte sneller kunnen geholpen worden. Op dit ogenblik wordt immers geschat dat er in België slechts 1,1% van de personen die een beroerte krijgen tijdig een behandeling met thrombolyse krijgen. Dit percentage is jammer genoeg veel te laag.

Wat het tijdsaspekt van 3 of 4,5 uren betreft: het is niet zo dat wanneer de symptomen al langer aanwezig zijn, dat iemand niet snel naar het ziekenhuis moet gebracht worden. Naast de thrombolyse zijn er immers nog tal van ondersteunende maatregelen mogelijk en nodig, die de uiteindelijke uitkomst of het herstel van een persoon met een beroerte gunstig kunnen beïnvloeden. De algemene regel is hoe sneller in het ziekenhuis, hoe beter.

Geen opmerkingen: