woensdag 13 mei 2009

De kunst van het zwijgen



Eén ding staat vast: alles komt uit, komt naar boven, komt tevoorschijn. Als zwijgen gelijk is aan de ‘lippen stijf op de mond houden’, wat is liegen dan? Een verborgen waarheid anders interpreteren, omdat je dan toch niet zou moeten zwijgen. Om te vermijden dat alles slecht aan het licht komt, dan kan je het beter zeggen. Maar zo eenvoudig is het nu ook weer niet. Sommige zaken vragen tijd om het nog (tijdelijk) stil te houden.

Zijn wij, mensen, wel geschikt om te zwijgen? Van nature is de mondelinge overdracht een feit. Denken en stilzwijgend spreken in de vorm van telepathie is een mogelijkheid. Ik zie het meer als een soort aanvoelen. Het is meer op intuïtie berust en niet voor iedereen weggelegd. Maar dan zou ik durven spreken over een instinctief gedrag. Bepaalde signalen tonen wat je werkelijk wilt of wat er van je wordt verlangd. Echte duidelijkheid is het niet, want anders zouden we nooit één letter gezegd hebben.

Spreken wordt dan als gemakkelijk aanzien, zwijgen daarentegen is veel moeilijker. Hoe veel moeilijker? Doofpotoperaties lukt enkel als er redelijk wat geld mee gemoeid is. Maar eens je gevat wordt, dan is het spreken voor geld of voor een andere vrijheid. Nu stel ik mij zelf de vraag; zou je meer geld krijgen om te zwijgen of om te spreken? Hoe doorslaggevend een beloning kan zijn.
Zwijgen en spreken is zoals de duivel en de engel. Wanneer wel, wanneer niet. Doe ik er goed aan om het nu te zeggen? Of is later beter, maar misschien een slecht moment? De advocaten die weten het wel. Zij moeten er voor zorgen dat hun cliënt alles vertelt in hun voordeel. Het stilzwijgen, hoe vervelend of hoe gruwelijk, moet doorbroken worden. Anderzijds moet de raadsheer zelf ‘beredeneerd’ zwijgen in het belang van het proces. Inderdaad beredeneerd. Waar vroeger bijna geen enkele advocaat iets zinnigs durfde te vertellen, is nu niet meer aan de orde. In de media vertellen ze alsof we alles mogen weten, maar datgene wij graag zouden willen weten of horen gebeurt net niet. De advocatuur is een mooi voorbeeldje met betrekking tot het gepast zwijgen.

Spreken is geen kunst, omdat het een gewoonte is. Zolang men spreekt, kan een mens zich verder ontplooien in communicatie. Zwijgen zou ik meer durven omschrijven als een ‘ongewoonte’. Wij vinden het abnormaal als iemand zou zwijgen. Een hongerstaking, een werkstaking,… lukt nog wel, maar is beperkt in tijd, in gezondheid en financiële situatie. Een complete spreekstaking(collectief of individueel) moet nog uitgevonden worden. Het is zo dat mimiek en lichaamstaal het een en ander verraadt.

Is het iets goed of is het iets slecht? De interpretatie zal zijn ‘had men maar gezwegen’ of ‘had men het maar eerder verteld’. Eeuwig zwijgen bestaat niet. De mondelinge overdracht, de communicatie bij uitstek, laat ons duidelijk maken dat zwijgen iets onnatuurlijks is, een kunst op zich. Maar het is geen goede kunst, want je geraakt vast in het leven. Mocht ik deze kunst van het zwijgen in pacht hebben, dan zou ik dit allemaal niet kunnen vertellen.

Geen opmerkingen: