dinsdag 25 augustus 2009

Positief zelfbeeld: eigen kind, weeskind, geadopteerde



Hoe wordt een positief zelfbeeld gevormd? Door enkel naar goede correcte dingen te kijken? Door een goede dosis positieve aandacht te krijgen? Of is het iets dat vooral uit jezelf moet komen? Vele vragen, waarbij alle elementen een belangrijke rol spelen. Het is nooit teveel van dit, of te weinig van dat. Ook de negatieve invloeden moeten maken dat we onszelf telkens kunnen opkrikken naar een positief gemoed.

De laatste studies (2007) van de universiteit van Leiden in samenwerking met Adoptie Driehoek Onderzoeks Centrum tonen aan dat het zelfbeeld van een geadopteerde best wel meevalt, en weinig verschilt met dat van een niet-geadopteerde (Juffer, F., & Van IJzendoorn, M.H. (2007). Adoptees do not lack self-esteem: A meta-analysis of studies on self-esteem of transracial, international and domestic adoptees. Psychological Bulletin, 133(6), 1067-1083).

Ik zou zelfs durven vragen waarom hier een verschil zou moeten zijn, en als dit enkel geldt voor Nederland. Natuurlijk is er een verschil geweest. Nu nog kan het evolueren, waarbij ons zelfbeeld een diepe knik krijgt. Beeld je eens in als je in een land zou wonen waar een politieke partij het niet zo heeft voor buitenlandse culturen, tegen adoptie is, almaar groter wordt, en misschien uiteindelijk aan de macht komt. Ik geloof niet dat het zelfvertrouwen en waardegevoel van deze geadopteerden optimaal zal zijn. Deze meta-analyse studies zijn heel goed, maar zijn telkens een momentopname. We mogen ons gelukkig prijzen dat we ons ook zo mogen voelen.

De belangrijkste factor om tot een positief zelfbeeld te komen is affectie. Zonder die warme aandacht van je medemensen rondom jou is het echt heel moeilijk om dit te kunnen uitstralen. Van schouderklopjes tot begrip, van een gemeende knuffel tot een empathisch gevoel. In een opgroeiende fase is dit belangrijk. Of we nu pas geboren zijn, wees, geadopteerde,… iedereen heeft dit nodig. Maar bij sommigen blijven deze aandachts- en aanmoedigingsmomenten steken. In ons geval als geadopteerde, meestal niet gewild. Als je biologische ouders van een vreemd land je afstaan, omwille van een of andere redenen, dan missen wij op dat moment iets (ongeacht de leeftijd). Er zijn er die als baby reeds worden afgestaan en vrij snel naar toekomstige adoptieouders gaan. Dit gebeurt of gebeurde vooral bij heel jonge vrouwen die ongewenst zwanger werden (en ongehuwd). Het moment van affectie-verlies is dan miniem, maar de biologische moederband is op dat moment wel snel verbroken. Vroege baby-trauma’s is een studie dat nog in zijn kinderschoenen staat. Het is moeilijk te volgen en men weet niet welke impact dit heeft op latere leeftijd. Er kan een gedrag tot uiting komen waarbij men niet weet hoe het komt.

Als kind krijg je verschillende situaties. Je kan nog een hele poos bij je ouders gewoond hebben en dan afgestaan aan een weeshuis of direct voor adoptie (omwille van bepaalde redenen). Je bent verdwaald geraakt en je hebt je ouders niet meer terug gevonden. Het zijn schrijnende taferelen en traumatisch op een bepaald niveau. Een kind kan misschien ongewenst zijn, en hier bedoel ik ‘ongepland’. Maar ik geloof niet dat een kind door ouders of een moeder moedwillig ‘gewenst’ wordt afgestaan. Het positief zelfbeeld dat wij allemaal moeten hebben krijgt al op heel vroege leeftijd een serieuze deuk. Vele belanden (zoals ik) in een (tijdelijk) weeshuis. Van moederskind wordt je plots weeskind. Dit persoonlijk warm nestgevoel ben je kwijt. Afhankelijk van hoe lang of hoe kort je in het weeshuis verblijft, zal de hoop op een nieuwe thuis totaal iets nieuws worden. Deze nieuwe ervaring brengt ook een trauma met zich mee, maar is in ieder geval goed bedoeld. In welke mate dit een invloed heeft op je leven heeft vooral te maken met de leeftijd dat een geadopteerde in een nieuw gezin is terecht gekomen. Hoe ouder, hoe meer herinneringen.

Het is enorm moeilijk om aan weeskinderen de juiste optimale affectie te geven zoals in een gezinssituatie. Een arm land moet het dan ook maar doen met de middelen die ze krijgen. Hoe het daar aan toe gaat, weet je niet altijd. Dat ze het beste voor hebben is zeker. Maar we hebben in het verleden ook droevige beelden gezien van deze kinderen in erbarmelijke omstandigheden. Achterstand oplopen gebeurt niet altijd in het gezin waar je werd afgestaan, maar ook in weeshuizen. Ik bespaar jullie de details. Hoe vroeger je uit het weeshuis bent, hoe beter. Als het op geluk aankomt, dan is elk kind dat waar ter wereld geboren wordt 'een lotje uit de loterij'.

Ze hebben allemaal genegenheid en aandacht nodig om zich goed te voelen, om later een beter zelfbeeld te vormen. En ja, elk volwassen mens is ook nog een beetje kind in zichzelf. Elke dag hebben wij verder nog deze aandacht nodig om ons beter te kunnen voelen in onze maatschappij, sociale omgeving en op ons werk.

Geen opmerkingen: