vrijdag 16 oktober 2009

Vaardigheden in het verkeer bij kinderen






Kortom: een kind tot 12 jaar beschikt over de vaardigheden die overeenkomen met zijn ontwikkeling. Maar plaats je die groep van kinderen (van kleuter tot 8 jaar) in het verkeer, dan begrijp je snel naar waar ik toe wil.  We kunnen ze maar beter begrijpen, om er dan daadwerkelijk iets aan te kunnen doen.

DE REALITEIT

Stel je maar eens een situatie voor. Een kind rent achter zijn bal, die tussen twee geparkeerde wagens op de straat belandt. De aankomende auto ziet geen kind, want het kleine kind steekt met zijn lichaam niet uit boven de auto’s. Bijgevolg hoort het kind ook geen auto, en is het geconcentreerd op het object (de bal). Een vriend/vriendinnetje staat aan de overkant. Hij/zij zwaait of trekt de aandacht. In een impulsieve reactie steekt het kind de straat over, zelfs als er een auto aankomt. Kinderen hebben geen besef van de remafstand van een auto, laat staan dat volwassenen het bijna ook niet goed weten. 50 km/h = remafstand van 26 meter. Een aanrijding met een kind aan deze snelheid is meestal met dodelijke gevolgen. Kinderen hebben ook geen besef van snelheid van een aankomend voertuig. De lichten van een auto zijn soms verwarrend. In realiteit, als ze branden, is het een indicatie dat er een auto is. Maar vooral dat die aan het naderen is. Afstand inschatten is nog iets dat je niet zomaar onder de knie hebt.

VERKEERSVEILIGHEID

Gelukkig; oefening baart kunst. Het is aan opvoeders, ouders, leerkrachten om verkeersbesef aan te leren. Dit gaat niet op 1 dag, maar toch tot ze een leeftijd van 12 jaar hebben. Vanaf 11 jaar hebben kinderen een beter inschattingsvermogen. Tot een leeftijd van 8 jaar zijn kinderen enorm impulsief. Hun zintuigen zijn gefixeerd op één onderdeel. Een auto en fiets komt eraan: aandachtspunt zal meestal de fietser zijn. Vanaf 8 jaar kunnen ze wel al beter fietsen, maar jammer genoeg speelse manieren (roekeloos gedrag en hard rijden – vooral jongens). Laat een kind altijd aan de huizenkant stappen als ze vergezeld zijn door een volwassene. Als je plots omkeert, dan verwissel je van plaats, zodat het kind terug aan de huizenkant stapt. Je moet er maar aan denken. En als je het zou durven vergeten, leer je kind dat te onthouden. Het zal de ouder zelf wel corrigeren. Als je fietst (ook voor volwassenen), stap dan af aan de rechterkant. Ik weet het, de ‘pikkel’ of staander van de fiets staat meestal aan de linkerkant. Die gewoonte leer je niet snel af, 90% van de mensen doen het nog altijd verkeerd. Rechts op-en afstappen is veiliger.

De meeste ongevallen gebeuren nog altijd na schooltijd. Ouders, kinderen zijn te veel gehaast. Het is niet moeilijk. Als volwassenen zo zijn, dan ook hun kinderen. Ouders moeten het juiste voorbeeld geven. Hoe vaak gebeurt het niet dat men schuin oversteekt, of oversteken en het zebrapad ligt net iets te ‘ver’ van jou verwijderd(?). Gewoonten die men echt moeilijk kan afleren. De school heeft natuurlijk de plicht om aan verkeerseducatie te doen. Het VSV (Vlaamse Stichting Verkeerskunde) legt dan ook uit aan leerkrachten hoe ze op een creatieve manier het verkeersbesef kunnen leren aan hun leerlingen. Van stappersbrevet tot fietsbrevet, in verschillende gradaties. Evenwichts- en geluidsoefeningen voor kleuters, de ‘7’ stappen om een zebrapad over te steken, enzovoorts. Het zijn allerhande gemakkelijke interessante korte oefeningen op de speelplaats,die dan verder kunnen gedaan worden in het echte verkeer, onder begeleiding van een politieagent of gemachtigde opzichter. Gelukkig bestaan die initiatieven.

Veiligheid is zeker en vast een belangrijk item. Zien en gezien worden. Een fluovestje met je boekentas op je rug is niet goed zichtbaar, een fiets zonder reflectoren is niet in orde. Wanneer moet je het licht van je fiets aansteken? Er is een wet: ‘als de zichtbaarheid niet minder is dan 200 meter’. Hier zit een hiaat in de wetgeving. Die is niet objectief genoeg. Het gaat hier wel degelijk over de ‘eigen’ zichtbaarheid. Hoe bepaal je voor jezelf hoe ver je kan zien? Zuiver subjectief. Een fiets zonder spatbord moet enkel een bel hebben (bijvoorbeeld: mountainbike, koersfiets). Vanaf het moment er een degelijk spatbord hangt, d.w.z. dat kleine zwart rubberen lapje, dan moet de fiets volledig in orde zijn. Een achterlicht/voorlicht hoeft niet noodzakelijk aan je fiets bevestigd te worden. Het mag zeker aan je kleren hangen en mag knipperen. Zolang je maar in regel bent en gezien wordt.

OOGKLEPPEN

Het is mijn bedoeling om de aandacht te vestigen over kinderen en verkeer. De vraag is altijd: wanneer moet je jouw kind weerbaar maken in het verkeer, en in welke omstandigheden? Het is een constante dualiteit. Als ouders moeten we ze ook durven loslaten in bepaalde situaties . Kleine kinderen moeten groot worden in het verkeer. Om niet te vergeten is dat ouders een cruciale rol spelen in de verkeersopvoeding. Als zij het verkeerd doen, dan ook hun kind. En probeer een verkeerde gewoonte maar eens af te leren.

Kinderen hebben echt oogkleppen. Wees dus voorzichtig!

Bron: Vlaamse Stichting Verkeerskunde (educatie school), Verkeersouder

Geen opmerkingen: