zondag 14 november 2010

Filosoferen met kinderen



"Als een babyslakje geboren is, kan dat al kruipen?"
"Waarom gaan we dood?"
"Als het cijfer 0 niets is, wat is dan niets?"
....

Dit zijn uitspraken van kinderen, en in deze voorbeelden spontane uitspraken van enkel nog maar kleuters, gesteld aan volwassenen. Sommige ouders zitten werkelijk verveeld met zulke vragen. In feite hoeft dit niet. Je zou moeten blij zijn, want je kind probeert een visie te ontwikkelen over het leven. Persoonlijk verfoei ik het woord 'daarom', maar uit onwetende zelfverdediging is het voor velen de ideale oplossing. Maar dat is ze gelukkig niet. Een opgroeiend kind is niet dom. Zelfs kinderen met een bepaalde achterstand ook niet. Het stellen van vragen zit in onze genen, anders zouden we niet evolueren.

Opvoeding en filosofie

In de opvoeding leren we wat goed en kwaad is, zowel thuis als op school. We kunnen gemakkelijk uitleggen waarom je beter je best moet doen, waarom door het rood licht rijden niet mag, dat de aarde rond de zon draait en niet andersom. Empirische wetenschap biedt een uitkomst dat we kunnen verder vertellen aan onze kinderen. We hoeven er als het ware niet meer over na te denken (omdat een ander dat reeds heeft gedaan). Het moet niet altijd zuiver wiskunde of natuurkunde  zijn. Wat dichter leunt bij onze opvoeding is de sociologie, ook een empirische wetenschap. Ik heb meer het gevoel dat de meerderheid van de ouders filosofie niet zien in het kader van de opvoeding. Totaal verkeerd: filosofie heeft een plaats binnen die dagdagelijkse opvoeding. Het is een activiteit zoals spelen, maar in die mate onder de vorm van 'eigenaardige' of 'rare vragen'. We houden het liefst van universele vragen (tijd, geluk,leven,...), omdat we die gewoon zijn. Dit wil niet zeggen dat we daar altijd een passend antwoord voor vinden. Opvoeding is ook taal, en taal is wat mij betreft het oerbeginsel van het filosofisch denken. Van zodra je kind begint te spreken, zich verstaanbaar te maken, te communiceren en een gesprek begint aan te knopen van vage begrippen, dan is dit niet meer dan logisch. Ja, logisch voor het kind om er zelf een antwoord op te vinden of de wil om het te begrijpen. Voor de ouders een paar kopbrekers meer. Waarden en normen zijn gemakkelijker om uit te leggen, hetzij soms oppervlakkig. Filosoferen in de praktijk is een andere zaak, ook tussen volwassenen.

Filosofie in de praktijk

Om goed te kunnen filosoferen met je kind(eren) moet men in de eerste plaats met jezelf beginnen. Over wat heb je zelf eens diepgaand nagedacht, waar je geen passend antwoord op kon vinden, en welke mogelijke antwoorden heb je dan zelf bedacht? Een 'gewoon' praktijkvoorbeeld: als ik een klein plastic flesje met water leegdrink, het flesje terug dichtdraai, wat zit er dan in het flesje? Mogelijke antwoorden: niks, lucht, micro-organismen of toch nog iets niet echt gespecifieerd. Elke mens heeft een eigen bedenking op dit voorbeeld. Laten we eens vanuit gaan dat er totaal niks meer in zit. Wat is 'niks'? Is dit mogelijk, of is er toch wel 'iets'? Hoe zou niks er kunnen uitzien? Het lijkt absurd, maar toch is het niet.

Een volgend praktijkvoorbeeldje met je kind. Een kind van vier jaar gaat naar het graf van opa. De vragen stapelen zich op: wat is een graf, zit opa in de hemel,waarom bezoeken we dit,... Bij de antwoorden van de eerste twee vragen slaat je kleine spruit al in de knoop. Voor de ene vraag kunnen we een juist antwoord op geven, het andere wordt al veel moeilijker. Hemel en aarde: "opa is toch niet in twee stukken?"En om de 'ziel' uit te leggen slaan we helemaal in de knoop. Afhankelijk van de leeftijd en rijpheid van het kind moeten wij ons aanpassen aan de leefwereld van die kinderen. Wij vinden daar bewust of onbewust een 'juiste' antwoord op. Filosofie is gebaseerd op onze menselijke nieuwsgierigheid, de drang om meer te weten, alles een betekenis te geven, de dingen van het leven te interpreteren. M.a.w. het is méér dan verwondering alleen. Jammer genoeg vervaagt dit naarmate we ouder worden. Het zit er nog altijd in, maar het komt er met moeite uit. Vandaar dat wij  soms klakkeloos een antwoord willen geven om met rust gelaten te worden.

Filosofie in de klas

Met filosofie in de klas bedoel ik filosofisch onderricht in het middelbaar onderwijs. Ik heb het niet over godsdienst in de katholieke scholen en ook niet over zedenleer in de gemeenschapsscholen. Wat zou het niet leuk zijn om samen met tieners te gaan filosoferen over een onderwerp. In het vak aardrijkskunde? Ja, natuurlijk het kan, waarom niet. Mocht elke leerkracht voor zijn eigen vak een paar kleine thema's per jaar belichten  om gezamenlijk over na te denken, en die niet vanzelfsprekend zijn. Een voorbeeldje. We spreken over een grens. We zien op de landkaart een grens, in het echt steken we de grens over,... Volgende vragen: klopt dit, waarom hebben we een grens nodig, zouden we kunnen leven met elkaar zonder grens, kan een grens onbegrensd zijn,... In het vak Nederlands zouden we de vraag kunnen stellen: zouden wij kunnen leven met elkaar als we elk onze eigen taal zouden spreken? Ik verzeker je dat dit enorm boeiend kan zijn. De vragen worden fijner naarmate men er dieper over nadenkt. Ik denk dat er sommige onderwijzers zijn die dit al doen. Zij moeten op hetzelfde niveau staan met hun leerlingen, en bijsturen waar nodig is. Dit filosofisch gesprek in de klas is een handig hulpmiddel om de communicatiekloof tussen jongeren en volwassenen te verkleinen. Het leert ons in groep samen te praten en vooral na te denken op een andere manier. Inderdaad, drempelverlagend.

Filosofie is nooit af

Ik vergelijk filosofie als een soort puzzel. Je vindt telkens wel een stukje, maar tegelijkertijd ontbreekt er terug een stukje. Je bent als kind, tiener, volwassene telkens op zoek naar (gepaste) antwoorden. Maar om die te vinden, moet men zoeken. En zoeken is denken en praten. Bij een kleuter is de onafgewerkte puzzel nog klein, bij de oudere is die groot en nog altijd niet af. Daartussen groeit die puzzel snel en dan weer traag.
Filosoferen kan je ook leren, zodat je je eigen puzzel meer vorm kan geven. Want hoe stel je een filosofische vraag, waarmee begin ik? Enkele hulpmiddelen of basisvaardigheden: stellen van vragen en formuleren van gedachten, argumenteren (opbouwend, logisch, relevant, consistent, bewust), verhelderen van concepten (leren leggen van verbanden, maken van verschillen en gelijkenissen), generaliseren, synthetiseren, abstraheren, erkennen en analyseren van veronderstellingen, het ontwikkelen van alternatieve gezichtspunten (stimuleren van kritische en creatieve vaardigheden, aanscherpen van de verbeelding), enzovoorts. Het is een flinke boterham, en alleen om wat je nu gelezen hebt zouden er zijn die zeggen "nee, dank je". Dit is theorie, maar onbewust doen we dit. Niet in die mate, en ook niet zo gedetailleerd. Maar het helpt. De mens heeft een potentieel aan kennis, en die moeten we zeker en vast gebruiken.

Wij weten allemaal wat discrimineren is, en iedereen is in zijn leven wel eens gediscrimineerd geweest. Je kan overal op elke moment, in elke situatie gediscrimineerd worden. Vraag aan kinderen en volwassenen wat dit kan zijn, en er zullen uiteenlopende antwoorden tevoorschijn komen. Antwoorden die enkel maar voorbeelden zijn. Op de vraag waarom wij elkaar discrimineren, is dit noodzakelijk, welke reden schuilt er achter, krijg je een heel ander verhaal. Met de filosofische basisvaardigheden geraken we een stuk verder, voelen we ons meer op ons gemak. De vraagstelling in de filosofie is van cruciaal belang. Het mag niet experimenteel of op waarneming kunnen beantwoord worden. Sowieso zijn het vragen die niet met ja, nee en daarom kunnen beantwoord worden.

Op zoek gaan

Als ouder kan je op zoek gaan, om je meer vertrouwd te voelen met de opmerkelijke vragen van je opgroeiende kinderen. Je kan tijdschriften lezen, boeken, praten met je partner of anderen, of een seminarie bijwonen. Ik heb filosofie altijd al boeiend gevonden, en uiteindelijk heb ik eens een gespreksavond  'filosoferen met kinderen' gevolgd (gebracht door Peter Algoet). Uit mijn eigen interesse, bevindingen, en de extra informatie van die avond, voelde ik mij geroepen om er iets over te schrijven. Het verwonderde me dat wij maar met een tiental waren, waarbij de grote meerderheid vrouwen en twee mannen. Van de vrouwen waren de meeste boven de middelbare leeftijd (vooral 60 plussers). Is filosofie zo onpopulair? Waarom spreekt het de jongvolwassenen niet meer aan? En, waar zijn de mannen gebleven?  Schuilt er hier ergens het cliché dat opvoeding een vrouwenzaak is? Dus, opvoeding en filosofie gaan toch samen. Ik kan misschien verkeerd zijn, maar er zijn me toch wel een paar zaken opgevallen.

Ik heb begrepen dat het voor sommigen niet éénvoudig is om dergelijke vragen van je kind te beantwoorden. Zelfs grootouders kampen met hetzelfde probleem. Een praktijkoefening maakte ons toen duidelijk dat elke mens een waaier van interessante bedenkingen heeft. In kleine of grote groep discussiëren moet je leren, dus ook met je kinderen thuis of in de klas. Naar ik vernomen heb worden er in sommige lagere scholen in Vlaanderen wel degelijk gefilosofeerd, en sommige leerkrachten doen dit ook in de secundaire onderwijsinstellingen. Van ongeveer een kwartier tot soms één lesuur. Ik juich dit allemaal toe. Ik heb twee jaar geleden al eens een online petitie ondertekend om het vak filosofie als verplicht vak te introduceren in ons secundair onderwijssysteem in alle onderwijstypes. Zoals ik het nu bekijk is het er nog altijd niet, komt het sporadisch moeizaam op gang voor wie het wil proberen. Maar het resultaat voor diegene die het wel doen mag er wezen: kinderen zijn verbaal sterker geworden, gedachten worden beter en nauwkeuriger uitgedrukt, gesprekken verlopen gedisciplineerder. Verder wordt er op sociaal gebied beter naar elkaar geluisterd en gepraat. Belangrijk nog: minder conflicten en verhoogde interesse voor andere (moeilijke) wetenschapsvakken.

Wat de leraren betreft: ze vinden het meestal een geslaagde methodiek, zijn enthousiast en doen verder met de korte/lange filosofische gesprekken. En de ouders? Ook zij merkten een evolutie. Hun kinderen die filosofische les kregen stelden meer vragen dan vroeger, stonden stil bij bepaalde thema's en redeneerden duidelijker en helderder. Ik betreur het dat ik als kind en tiener het nooit heb kunnen meemaken in de klas.

Geen opmerkingen: