woensdag 20 april 2011

De held, het zwarte schaap, en de sloor



De ouderenzorg in de thuiszorg door familie staat ter discussie. Hoe kan ik deze vorm van barmartigheid verwoorden in een parabel?:

Er was eens een oudere dame. Zij had drie kinderen.  Dé held, die kwam maar één keer langs. Hij was altijd welkom, ook al kwam hij wanneer hij er zin in had. Het zwarte schaap wou zijn moeder bezoeken, maar was niet welkom. De sloor woonde dicht bij zijn mama. Die had ofwel veel geluk of dikke pech.


Priester Jan

Ik luisterde vandaag naar een uitzending op radio 1 (Peeters en Pichal) over de ouderenzorg in de thuissituatie. Een zekere priester Jan van een of andere parochie wou het taboe doorbreken: “de dwingelandij van oude mensen”. Of ik zou het nog anders kunnen formuleren: de ondankbaarheid tegenover de familiale mantelzorgers. Er wordt wel gezegd dat ouderen wijzer en milder worden met de jaren. Volgens de priester klopt dit niet altijd. “Ze worden egocentrischer”. Het zijn straffe uitspraken vanuit de kerk. Een priester die uit de biecht klapt, maar er snel aan toevoegt dat het geen biecht is. “Biechten is zwijgen erover, geheim houden”, en dat wil hij nu duidelijk niet. De centrale vraag: moeten wij deze man nu gelijk geven of niet? Ik geef hem gelijk, maar niet over de hele lijn. In deze uitzending zijn een aantal aspecten niet ter sprake gekomen, en ook niet zo diepgaand. Ten eerste vind ik dat elke zorgbehoevende ouder uniek is. Dit unieke heeft te maken met zijn/haar karakter, levensgeschiedenis, de familiale contacten, de vrienden en omgeving. Als tweede en belangrijkste factor is het hebben van een mogelijke ziekte. Ik kan mij goed inbeelden als bijvoorbeeld een oudere dementeert dat dit heel wat gevolgen met zich meebrengt. Het gedrag van zo een zorgvrager wordt werkelijk doorheen geschud. Het is belangrijk om als (hulpverlenend) familielid hiermee om te gaan. Het gevoel van ondankbaarheid die hierdoor kan ontstaan moet telkens anders bekeken worden. Vrij lastig? Zeker en vast. Maar er is geen andere oplossing.

Kernwoorden zoals opeising, ten dienste staan, tiranniseren, … passeren hier de revue. Toch is veralgemening niet op zijn plaats. Slechts 1 op 4 ervaart deze familiale mantelzorg als een last. Uit de gesprekken en de lezersreacties merk ik op dat het inderdaad een groot taboe is. Velen weten het wel, maar spreken er liever niet over.  Er komt naar mijn gevoel een gevaarlijk stigma naar boven: ‘alle ouderen zijn ondankbaar’.

Pavlov

Volgens klinisch ouderenpsycholoog Luc Van De Ven (UZ Leuven) is er wel duidelijk een probleem: “het is helaas een vaak voorkomend patroon”. Deze situatie brengt verder nog spanningen, onredelijkheid en stress met zich mee. “Het egocentrisme wordt groter”. Hij verklaart dit door de afname van de cognitieve functies, m.a.w. de scherpe kantjes worden duidelijker. Een luisteraar had een opmerkelijke oplossing. Pas het Pavlov-effect toe. Hoe? ‘Als je nu niet luistert, dan kom ik morgen niet of doe ik dat niet!’ Zo zou de psycholoog het niet willen zien, en zeker niet toepassen. “Bekijk de oudere als volwassene”. Het unieke in de mens, weet je nog. Ik wil benadrukken dat men ouderen niet als kleuters mag behandelen. Hun eigenheid moet bewaard worden.  Maar sommige situaties zijn zo ondraagbaar dat verwensingen worden uitgesproken: ‘laat ze maar snel sterven’, ‘zo kan het niet meer verder’. Dit komt volgens Van De Ven door de machteloosheid van het kind t.o.v. oudere. Moet ik dit nu zien als een noodkreet, hulpkreet? Ik vind van wel. Om tot deze gedachten te komen, is er al heel wat aan vooraf gegaan. Een professionele hulp ontbreekt.

Zowel de priester als de psycholoog zijn van mening dat elke dag op bezoek komen niet goed is. Hetzelfde geldt voor: ‘kan je nee zeggen tegen een eis?’ Nee en eis zijn harde woorden voor beide partijen. Ik vind dat er altijd een schuldgevoel heerst in deze interactie. Een heel gevaarlijke veralgemening  volgens de psycholoog is: ‘je bent maar een goed kind als je zorgt voor je mama/papa’. Hij benadrukte erbij dat elk geval apart moet bekeken worden. Er ontbreekt in deze familiale thuiszorg aan een formule praktische hulp. En inderdaad, wie het dichtst bij de oudere woont heeft meestal de zorgkundige taak.  En complimenten zijn heel ver te zoeken van andere broers en/of zussen. Een vanzelfsprekendheid, wat niet de bedoeling is.

Reactie

De onderliggende frustratie is enorm. Toch wil ik er aan toevoegen dat de meeste kinderen (die voor hun ouders zorgen) geen problemen ondervinden en dat de contacten met andere familieleden goed zijn. Sommige reacties die ik op het forum heb gelezen komen hard aan: “ik kan niet anders”, “We proberen dit zo goed mogelijk te doen maar niet iedereen krijgt de ondersteuning of het luisterend oor dat nodig is”, “geld is in hun hoofd een stok achter de deur waarmee ze denken hun kinderen te gijzelen, en anders veinzen ze wel fysieke ongemakken (waar de dokter vreemd genoeg niks aan doet)”, “degene die er komt krijgt altijd de volle lading”, “Ik zal NOOIT voor hen zorgen en hoop dat ze zo snel mogelijk dood vallen”, …. Zulke uitspraken zijn kwetsend, vind ik. Ik kan me onmogelijk in de plaats stellen van deze mantelzorgers. Ik begrijp wel de onmacht die hierin schuilt.

Thuiszorg prioriteit

De priester verwoordde ‘stank voor dank’. De psycholoog had het over ‘mama’s helpertje’. Ik vind dat er een mogelijkheid bestaat om deze uitspraken om te buigen. Volgens mij is er dringend nood aan een professionele ondersteuning. Onze demografische piramide is al lang geen driehoek meer met de punt naar boven gericht, maar omgekeerd. De vergrijzing neemt zo sterk toe dat rusthuizen niet kunnen volgen. Met als gevolg dat de thuiszorg een prioriteit wordt. Als dat zo is, dan vind ik het meer dan normaal dat mantelzorgers nog beter moeten begeleid worden. Zeker in situaties die eventueel uit de hand kunnen lopen. Diverse oplossingen liggen voor de hand, maar ze moeten ten gepaste tijde kunnen toegepast worden. Vooral het omgaan met onhandelbaar gedrag heeft  aandacht nodig. Ik ben er zeker van dat de familiale hulp hierin tekort schiet. De psycholoog vindt het belangrijk dat ‘je jezelf niet in de zorg verliest’…’dit vormt een gevaar voor gezinsproblemen’.

Het warm water opnieuw uitvinden in de zorg is voor mij niet nodig. Er ligt genoeg professionele hulp op ons te wachten. Een zorg op maat is altijd mogelijk naargelang de omstandigheden. Het liefst van al wil ik dat familiale mantelzorgers geen fatalistische gedachten hebben. Het helpt ons niet verder.

Geen opmerkingen: