donderdag 13 december 2012

Beroepsgeheim aan de telefoon



Niets is zo moeilijk om in je beroep op te letten welke info je geeft aan een ander. Die persoon kan je collega zijn, een vriend, een familielid, of een andere derde waarvoor de info niet bestemd is. In visuele communicatie met elkaar beslis je zelf wat wel en niet kan, in functie van je beroep of afdeling. Het wordt enkel moeilijker als men niet echt weet wie die andere wel is, of zich misschien wel voordoet als iemand anders.

De recente gebeurtenissen in Engeland, door een flauwe misplaatste grap, van twee radiopresentatoren (uit Australië) hebben spijtig genoeg de media gehaald. Zich voordoen als de Queen en Prince Charles om zo info vanuit het ziekenhuis verkrijgen over de ochtendmisselijkheid van Princess Kate. Je moet het grondig uitkienen om uiteindelijk - later - op een suïcide te eindigen. Een verpleegster die doorgegeven heeft aan een collega is uit het leven gestapt. Ik bllijf erbij dat dit een uitzonderlijke situatie is. Het gebeurt zelden dat je van de ene uit de andere dag zomaar deze wanhoopsdaad pleegt. Andere factoren die minder gekend zijn en de media niet halen, kunnen als aanzet gediend hebben.

Dat de Nederlandstalige website Nursing (voor verpleegkundigen) daar snel is op ingegaan vind ik een goede zaak. Het is niet alleen in de zorgsector, maar ook in andere sectoren waarbij je jouw voelsprieten in de juiste richting moet plaatsen. Maak je altijd een grote beroepsfout? Elke beroepsfout, hoe groot of klein, is een fout. De impact dient men altijd te kaderen in de context. De interpretatie en uitspraak is altijd voor de rechtbank. Er moet altijd een fout, schade (moreel/materieel) en oorzakelijk verband aanwezig zijn.

Maar er is een grijs gebied in het medisch beroepsgeheim. Wat is die nu in feite? Welke zijn de grenzen in het medisch beroepsgeheim? "....en schenden enorm veel verpleegkundigen en andere zorgverleners op deze manier hun beroepsgeheim – met de beste bedoelingen dus". Dit is een heel lastige kwestie. Zijn we er ons nog van bewust? En als je dat bent, dan is het alsof je je tong doormidden moet bijten. Veel "euh's", wat stamelend nadenkend, enzovoort. Als je twijfelt is er maar een regel: in het kader van het beroepsgeheim kan je niks zeggen. Als iemand vraagt naar iemand die is opgenomen, kan je gewoon vragen dat die persoon zelf eens belt naar die man/vrouw of via een kennis informeert. Maar ik besef dat in theorie vele situaties gemakkelijk overkomen. 

Hoe weet je of een (huis)arts die telefonisch info vraagt over een opgenomen patiënt wel die arts is? Je vraagt welke zijn RIZIV-nr is. Als hij heel lang dient te zoeken, dan weet je dat er iets mis is. Als hij het direct kan geven, dan heb je twee mogelijkheden. Ofwel zeg je dat je hem gaat terug bellen (om de echtheid van het nummer te controleren), maar het beste is nog dat die arts zelf belt naar de behandelende arts van die patiënt. Hoe veiliger je je opstelt, hoe beter. Het gaat niet over verantwoordelijkheid doorschuiven, maar je verantwoordelijkheid naar eigen goeddunken nemen. De zin die het neutraalst in mijn bevindingen is, is het volgende: "in het kader van het beroepsgeheim en privacy kan ik geen info meedelen of die persoon hier wel is of hier niet (meer) is". Desnoods moet je die zin wel drie keer herhalen, als men aan de andere kant van de lijn (paniekerig) blijft doorvragen.

Als een patiënt een hele tijd op een afdeling is verbleven en plots weg moet naar een andere ziekenhuis/afdeling, en niet meer terug komt in de huidige patiëntengroep (omdat hij/zij bijvoorbeeld palliatieve zorgen nodig heeft of na operatie is gestorven), dan kan je die info niet meedelen aan zijn/haar medepatiënten, hoe erg je dat ook mag vinden. Het is meer de taak van familieleden of hogere directie (wanneer zij dit nodig achten) om deze info mee te delen. Een ander voorbeeld: als er bezoek is bij een patiënt, en een van die bezoekers komt naar de verpleegpost en vraagt of hij/zij die medicatie nog neemt of andere info. Wat doe je dan? De enige regel (alweer) is : "vraagt het  aan de persoon die je bezoekt". Een nog betere afspraak is om zelf te vragen aan de patiënt welke naastbetrokkenen iets over hem/haar mogen weten. Desnoods dienen ze het op papier te zetten.

In andere sectoren is dit net hetzelfde, maar de impact weegt niet altijd even zwaar. Als iemand iets vraagt aan een verkoper in een autogarage of zijn buurman een nieuwe auto hier heeft gekocht en wat die gekost heeft, dan zou je als werknemer daar niet op mogen antwoorden. In deze sector zou dit raar klinken om geen antwoord te geven, maar het gebeurt en antwoorden doen we,omdat op marketinggebied wij niet zorggericht werken, maar commercieel gericht.

Heb je beroepsgeheim ten opzichte van je partner? Nee. Daar zijn heel wat misverstanden over. Maar zij is niet zo waterdicht om toch een fout te begaan. Als je levenspartner officieel is geregistreerd via samenlevingscontract of huwelijkscontract, dan heb je in principe geen geheimen voor elkaar. Met andere woorden info, situaties al of niet met naam mag aan elkaar verteld worden. Het is ook een vorm van een verwerkingsproces. Als je al de moeilijke meedragende info voor jezelf moet houden, dan kan dit op termijn negatieve gevolgen hebben. Praten met elkaar is dan de boodschap. Maar je partner mag die info ook niet gaan doorvertellen met naam en toenaam. Als de vrouw van een arts vertrouwelijke info van een patiënt doorspeelt aan een derde, dan begaat de arts een fout.

Ik blijf erbij dat de kunst erin bestaat om altijd bij jezelf na te denken, en elke nieuwe situatie achteraf in vraag te stellen. Zo leer je veel bij. Je kan je ook eens wenden aan je overste of collega's om te bevragen of je antwoord en houding in die situatie gepast was. Zo bouw je een zelfzekerheid op in het voorkomen van beroepsfouten. Vele (onbewuste) beroepsfouten krijgen gelukkig geen gevolg, maar ze zijn honderd procent in strijd.

Geen opmerkingen: